Dag 18: mooi Kaapstad?

“Mooie stad he, Kaapstad”, zei een collega vanmiddag op Whatsapp. Ik moest het antwoord schuldig blijven. Vind ik Kaapstad een mooie stad?

Ongeveer 30 uur geleden arriveerden we in Camps Bay. Hoewel ik aanvankelijk dacht dat dat een wijk was in Kaapstad is dat het niet echt. Het is meer het Bloemendaal van Zandvoort. Met dikke auto’s en nog dikkere villa’s. In onze ogen dé plek waar Gordon wel eens zijn huis zou kunnen hebben.

We zagen de Tafelberg zonder mist (maar te laat om nog om hoog te gaan) en zagen de zon onder gaan vlak naast Lion’s Head. Maar meer van Kaapstad zagen we niet bij daglicht. ’s Avond hadden we de eerste indruk wel: wat een chaotisch verkeer!

We reden naar en industrieterrein achter de Waterfront, waar ik een diner had gereserveerd in een sjieke en bovenal hippe strandtent. Niet dat strandtent er nu in zit en door de feestdag was het er ook nog eens erg rustig. Maar het eten was god-de-lijk. Nog nooit zulke lekkere carpaccio gegeten. Als dat de voorbode is van de stad waar we alleen de lichtjes van hebben gezien: prima!

Vandaag was dan de dag dat we Kaapstad zouden ontdekken. Bovenaan de lijst stond de Tafelberg, die je altijd meteen moet bezoeken bij helder weer. Helaas, in wolken gehuld deze morgen. Op naar de stad. Met de auto wederom door dat drukke verkeer en believe me dat is wennen na zoveel weken buiten de stad en in nationale parken met strenge limieten. Gelukkig heb ik een goede chauffeur.

De wijk Bo-Kaap stond als eerste op het lijstje. Bekend om haar gekleurde huisjes. Ik wilde het enorm graag fotograferen, maar ik blijf geen gebouwen-fotograaf. Ik vind dat teveel afleidt, zoals die moderne auto’s voor die mooie huizen. Zet die lekker ergens anders neer. Tenzij een oldtimer, dan mag hij blijven staan. Maar 20 straten doorlopend is er altijd wel een mooi plaatje te maken.

Nummer 2 op het lijstje: via Long Street naar Green Market Square. We kopen ons suf aan cadeautjes en souvenirs en de koffers inpakken wordt een steeds grotere uitdaging, maar ach… En fotogeniek zijn de meeste markten ook. Ferry hobbelde lief mee en keek toe hoe ik nog meer armbandjes kocht terwijl hij de soms opdringerige verkopers van zich af hield.

Via de Cityhall en de stadstuinen (waarvan ik de naam even kwijt ben en het is hier koud, dus weiger mijn bed uit te gaan om de plattegrond te pakken) liepen we terug naar Upper Pepper Street en Bo-Kaap om de auto op te pikken. En toen kwamen we langs hét paradijs…

Een allerschattigst winkeltje (zie Instagram) waar een mevrouw achter de balie druk bezig was met de naaimachine. Mijn oog viel op een Zuid-Afrikaans ‘Keep calm’-bord en toen moest ik naar binnen. En hoe langer we binnen waren, hoe meer leuks we zagen. De buit was voldoende voor een goede dag voor de naaimachine-mevrouw. Een leren armband voor Ferry, Afrikaanse ‘Keep calm’-onderzetters, twee sjaals, een geweldig quotebord voor de badkamer en een schattig Alice in Wonderland-kettinkje. Veel? Ik moest nog tegen 4x zoveel leuke producten ‘nee’ zeggen wegens kofferruimte-gebrek…

Vanuit Bo-Kaap gingen we op pad naar de Waterfront. En dat was nog een flink avontuur. Want vind eens een parkeergarage en dan heb je er eindelijk een gevonden, blijkt ‘ie vol door alle al gereserveerde plekken door bedrijven. Op naar de volgende parkeergarage. Net zoveel gereserveerde plekken, net zo onduidelijk en dus op hoop van zege ergens neergezet.

Inmiddels waren we van 09.00 tot 13.00 uur op pad en hadden we aardig honger. We streken neer bij een Italiaan en zagen de boten aan- en afvaren. Eenmaal goed gevuld bekeken we zowel de Waterfront als Victoria’s Wharf. Mocht er onverwacht regen zijn de komende dagen: bij deze laatste kunnen we als shopliefhebbers ons hart ophalen…

En toen sloegen de moeie voeten toe. Tijd om naar onze villa in chique Camps Bay terug te rijden. Maar waar oh waar moesten we betalen…? Die ene automaat die we vonden stond uit. Ik spreek een meneer aan die uit de NedBank – een van de vier grootste banken van Zuid-Afrika, afkorting van Nederlandse Bank – komt. Of althans, uit de lift ervan. “Wat voor kaartje heb je?”, vraagt ‘ie. Ik laat hem zien en hij neemt ons mee naar de begane grond, loopt naar de receptie van NedBank en ze halen hem door een apparaatje heen. “Alsjeblieft, je kunt uitrijden”. Ik zei toch dat Zuid-Afrikanen lief zijn?

De rest van de (eind)middag relaxen we verder op ons dakterras met uitzicht op zee. Ik denk na over de woorden VAB collega P. Mooi? Nee! Fascinerend? Ja! Van moderne gebouwen tot half afgebouwde huisjes. Van schimmige hotels tot de meest kleurrijke muren en huizen. Levendig? Ja! Mag van mij in het verkeer iets minder. Onveilig? Geen moment gevoeld. Groot? Enorm en misschien is dat de reden dat ik na 1 dag nog niet kan zeggen wat ik echt van Kaapstad vind.

Morgen een nieuwe dag. Een township tour met gids (hopelijk kan ik dan mooie foto’s maken) en als het goed weer is dan de Tafelberg op. Wie weet wordt Kaapstad dan letterlijk & figuurlijk een hoogtepunt.

  2 comments

  1. We Are Travellers   •  

    Ook al zo’n leuk stukje! Kon je instagram foto helaas niet meteen terug vinden, maar het maakt in ieder geval wel nieuwsgierig!

  2. Laura   •     Author

    Haha ja dan moet je erg ver terugscrollen. Maar gelukkig is er nog een blog met alle foto’s!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *