Nooit was het bij mij ‘boem is ho’. Ik reed al 10 jaar schadevrij. Altijd om me heen kijken en ja, natuurlijk reed ik soms te hard. Maar daar waar het kon. Vandaag werd boem wel ho, bij het verlaten van een parkeerplaats.
B
ij project vijver ontdoen van vissen (daarover later meer) hadden we nog wat materiaal nodig. Ferry ging verder in de tuin, en ik reed langs tuincentrum Ranzijn. Wat ik nodig had, hadden ze niet en dus zou ik me wel even per auto verplaatsen naar een andere winkel. Daar kwam ik echter iets later dan verwacht aan…
Ik reed de parkeerplaats af, goed om me heen kijkend. Niets in de weg. Ik draaide naar rechts en opeens doemde daar een auto op. Die draaide uit vanaf een parkeerplaats aan de overkant. Ik remde zo hard als ik kon, stond stil en verwachtte geen boem. Maar die kwam wel. Met weinig snelheid, maar het was een boem. En ik hoopte heeeeeeeeeel hard dat de boem geen schade had aangericht. Zul je altijd zien: Ferry altijd zo zuinig op zijn auto die bijna een kindje voor hem is en dan neem ik hem eens mee.
Even leek het er op dat er geen schade was. Meneer had een trekhaak met een rubberen bal en die strepen daarvan waren zo weggepoetst. Maar toen voelde ik een glooiing en bleek er een knik in de bumper te zitten. De tegenpartij vond het allemaal maar niets voorstellen, maar dat was het wel. En dus pakte ik – en ik stond inmiddels een beetje te bibberen – de schadeformulieren erbij. Langzaamaan werd de man, die vast gezien had hoe ik was geschrokken, een stukje vriendelijker.
Terwijl hij de papieren tekende, belde ik Ferry: “Ik heb een aanrijding gehad.” Ik vertelde hem kort wat er was gebeurd en hij wees me op de schadepapieren en “Anders bel je maar de politie”, als ik er niet uit zou komen met die man. Lekker handig, dacht ik, geen rijbewijs op zak. Nog een boete ook. Maar de man werkte mee en de papieren werden ingevuld.
Inmiddels zakte mijn adrenaline en werd de schrik kennelijk groter. Ik moest nog naar huis door dat drukke centrum en dan rijden er ook veel auto’s achteruit. En thuis? Thuis zou Ferry ook vast niet heel vrolijk die bumper gaan bekijken. En misschien wel een beetje vloeken.
Gelukkig viel het mee. “Oh ze vervangen die bumper maar, zijn we ook alle lelijke steenslag kwijt.” En de verzekeringsmaatschappij verwacht dat het op de tegenpartij wordt verhaald, die deed immers een speciale verrichting. En toch hé, toch ben ik blij dat Ferry vanavond rijdt.


Na die eerste zilveren Fiësta Sport volgde een knaloranje. Dit keer geen sportversie, maar hij was dermate uitgebouwd dat hij meer dan sportief was. Maar Ferry’s droom was een Fiësta ST, een 2.0 liter. En dus speurde hij regelmatig op internet naar mooie occasions. En ik? Ik zie elke keer dat we te weinig geld hadden. Zo ook die donderdag dat hij een mooie blauwe liet zien per mail. “Dat kunnen we niet betalen”, was mijn reactie.