“Ze eten daar ook papegaaiduikers”, zei ik het weekend voor vertrek tegen Ferry. “Wattuh?” Ik zoek een plaatje voor hem op internet, van deze lief uitziende vogels met gekleurde bekken. Als ik hem laat zien, zegt hij: “Hoe kun je die nu eten?”. Tja, als hij ze op zijn bord had gekregen, had hij vast niet die lieve bekkies voor zich gezien en het gewoon gegeten.
Terwijl de regen langzaam tegen het ramen van onze stoere jeep/auto/bakbeest tikt, rijden we vanaf de niet-uit-te-spreken-vulkaan langs de zuidkust. Ondertussen hoor ik gids Siggi mompelen dat het weer zo slecht is en hij biedt terstond nog even zijn excuses aan. Alsof hij om die regen heeft gevraagd…
Op zoek naar duikertjes
Zonde is het wel, het programma wordt er danig door in de war geschopt. Op ons verzoek neemt hij ons wel mee naar een plek waar we puffins, ofwel papegaaiduikers, kunnen vinden. Als we mazzel hebben, want de duikertjes verplaatsen zich langzaam van het zuiden naar het oosten. Dit keer hebben we mazzel, als we aankomen bij een klif (met geweldig uizicht!) zitten ze daar met misschien wel 100 tegelijk.
Laura’s wil is wet
Siggi geeft me toestemming om over de afzetting te stappen en de klif te naderen – “Dan ga ik wel de bak in”, is zijn droge commentaar – en langzaam sluip ik op ze af, terwijl ik mijn lens probeer droog te houden. Sommige vliegen weg, anderen blijven geduldig staan/zitten/liggen. Dat ik binnen mum van tijd doorweekt ben en risico loop de klif afgeblazen te worden, interesseert me op dat moment niets: ik wil die beesten mooi op de foto! Lees verder

