Snotterend, en tussen 10 verfrommelde zakdoekjes, zit ik op de bank te werken. Een hoofd vol watten, maar ondertussen zicht op een ontroerend tafereel in de tuin.
Ontroerend en een beetje zielig. Ons huis bestaat uit veel glas. Zes meter pui aan de achterzijde, etagehoog. Daarboven grote ramen. En vogels hebben daar nog wel eens moeite mee, zeker als de ramen net gelapt zijn zoals afgelopen week. Kennelijk denken ze dan naar binnen te kunnen vliegen. Lees verder
Vier jaar geleden werd mijn neef gevonden. Dood. Ik schreef er vorig jaar een emotionele blog over. En nog een. En ook nu weer, vier jaar na die bewuste dag.
Maar het rare is, het voelt fout. Fout dat ik verdriet om hem heb. Verdriet om iemand die ik voor zijn dood al zeven jaar niet had gezien. Om precies te zien vanaf het moment dat we mijn oma naar haar laatste rustplaats brachten. Hoe kun je iets missen dat je al jaren niet meer had? Hoe kan ik mijn verdriet hier openbaar ventileren, terwijl er voor zijn directe familie een veel groter gat is dan voor mij? Ik was ‘slechts’ het nichtje, de dochter van de tante en oom met wie hij ruzie had. Lees verder
Daan, 27 jaar oud en fanatiek kitesurfer. Drie dagen per jaar verkoopt hij vuurwerk, helpt hij mijn vader in de drukste tijd van het jaar.
31 december 2010. Nadat de laatste klant de zaak heeft verlaten en ze met zijn allen aan een borrel zitten, roept mijn vader zijn personeel bij elkaar. Buiten steken ze één vuurpijl af. Voor Daan.
Op vijf meter hoogte besluit de pijl weer terug te komen. Op de grond knalt hij uit elkaar. Toeval? Daan werd afgelopen zomer tijdens het uitoefenen van zijn grootste passie (kitesurfen) gegrepen door de wind. De vaart waarmee hij vervolgens naar beneden kwam, maakte in één klap een einde aan zijn nog jonge leven.
Ze steken nog een grote pot af, waarvan het vuurwerk langzaam de weg vindt in de hemel. Ik zie de tranen in mijn vaders ogen terwijl hij dit vertelt. Mijn eigen ogen worden nat.
Oud(er) worden, het is allemaal niet zo vanzelfsprekend helaas. Daan is slechts een van de vele voorbeelden, maar wel het voorbeeld waardoor ik ook nu weer mijn zegeningen tel.
“Ik had mezelf bijna onthoofd op dat familieuitje.” Familieleden, maar ook kennissen, die er die dag niet bij waren, keken me afgelopen zaterdag aan alsof ik het uit mijn duim zoog. “Even zonder dollen”, zei mijn vader, “Ze heeft wel gelijk.” Samen met mijn vader keek ik nog een keer terug op die zomerdag in 1989.
Althans, ik denk dat het een zomerdag was. Want bij goed weer zouden we gaan zwemmen in het Uitgeestermeer. En dat doe je nu eenmaal niet in de herfst. Maar het kwam, hoe Nederlands, met bakken uit de hemel die dag. Het alternatief was karten. Ik stond te springen, want als er iets was wat ik leuk vond… Als klein meisje vond ik één ding heel leuk aan de vakanties naar Spanje: de vele mini-kartbanen. En nu dan een keertje in Nederland.
“Trek je zwemkleding onder je overall aan, dan blijven je kleren droog”, zei mijn moeder praktisch voor we de baan op gingen. De karts, die normaal 75 km/pu kunnen werden klaargemaakt voor kindergebruik. Lees: begrensd op 30 km/pu. En toen mocht ik ‘instappen’. Ik gaf gas en daar ging het mis… Lees verder
Het is niet alleen op 12 februari, de dag dat je lichaam werd gevonden, dat ik aan je denk. Het is ook op 24 maart, je verjaardag. Of als zelfmoord in het nieuws is (RIP Antonie). En als ik het liedje Een van de velen hoor, van Claudia de Breij.
Nee, voor mij was je niet een van de velen. Ik wist je naam al en ik kende je. Je was verdomme mijn grote neef! Maar wat wist ik echt van je? Lees verder