Dat mijn hart ligt bij het fotograferen van mensen werd me ook deze reis weer duidelijk. Tijdens het inladen van mijn foto’s na thuiskomst overheersten de foto’s met hoofden. En wat wil je? Surinamers zijn (over het algemeen) goedlachse en fotogenieke mensen. En de kindjes zijn vertederend in het kwadraat. Zo ook Mafaella.
Donderdagmiddag bezochten we per korjaal drie dorpjes aan de Gran Rio. Hier zouden we zien hoe de Saramaccanen echt leefden. En dat zagen we ook echt, in tegenstelling tot in Palumeu. Rennende kinderen, spelende kinderen, kaartende diners, oma’s die de was deden, bewoners die elkaars haar deden. Leven!
En hier viel mijn blik op Mafaella. Een klein meisje met een mooi wit shirtje dat de camera maar bijster interessant vond. Hoewel ze geen Nederlands sprak – dat leren ze pas op school en gezien haar leeftijd, ze is 3 jaar, gaat ze nog niet naar school – verstond ze me wel. De ene plaat na de andere schoot ik van haar, terwijl ze ‘kiekeboe’ speelde. Na elke foto wilde ze hem bekijken en ze trok me aan mijn hand mee naar haar moeder om hem te showen.
Ik werd verliefd. Op Mafaella. Op het jongetje bij de luchthaven. En ik werd nog meer geconfronteerd met mijn passie om mensen te fotograferen.


