Woensdag omadag

Sinds het overlijden van mijn opa’s (in respectievelijk 1986 en 1988) kwamen de oma’s elke woensdag bij ons eten. Oma Roest (mijn moeders moeder) kwam vaak al ’s middags en oma Jannie sloot na 18.00 uur aan. Dat oma Roest vroeger kwam, was ik niet altijd even blij mee, zeker niet in mijn puberteit…

Oma Roest had een eigen huissleutel en daar maakte ze dankbaar gebruik van. Het kon dus maar zo gebeuren dat ik boven de muziek aan had, vrolijk naar beneden rende en onverwacht oma tegen het lijf liep. Dat voelde dan als een indringster, terwijl het toch gewoon echt oma was. Ook kon oma zich heel goed bemoeien met broerlief en mij, vooral als we ruzie hadden. Terwijl ik dan dacht “Je bent mijn moeder toch niet?”

Liever ging ik gewoon vrijwillig mee op zaterdagmiddag, waarna ik zelf zin had. In oma’s huis patience spelen, of solitair. Of de Tina lezen. Daarbij een zakje chips en wat frisdrank. Al was het wel aan te raden eerst even op de verpakking te kijken, want oma lette nooit op de houdbaarheidsdatum. Mijn vader greep regelmatig naar een Heineken-flesje dat al enige tijd over datum was. Ook vond ik het leuk om bij oma aan het Langerak te logeren, of nog eerder aan het Zandgat en dan bij de buren (ome Ko en oma Poort) kleine kuikentjes te bekijken.

Oma bleef echter trouw komen op woensdag, totdat ze in het verzorgingstehuis terecht kwam. Oma werd oud, en vraag me niet wat ze allemaal heeft gehad, want dat weet ik echt niet meer. Ziekenhuis in, ziekenhuis uit, met als eindstation dus het verzorgingstehuis, Theodotion in Laren. Nu was het de omgekeerde wereld: mijn moeder ging trouw op bezoek bij oma, en nam elke keer de was mee. En ik vergezelde mijn moeder regelmatig. Of het fijn was? Nee, er hing een muffe lucht, een depri stemming en langzaam zag ik oma ook in depri en muf veranderen. En ik kon het haar niet kwalijk nemen.

Oma had gelukkig nog één lichtpuntje, of eigenlijk een heel groot lichtpunt: tante Truus. Haar beste vriendin sinds haar jeugd, die elke dag op haar (weliswaar Sparta met) fiets vanuit Hilversum kwam. Oma mocht dan van de zusters altijd zondigen; een glaasje sherry, uit de fles die altijd in haar nachtkastje stond. Want daar was ze zo dol op… Maar oma was niet meer dol op het leven en op een goede dag besloot ze dat ze liever een fles dan een glas sherry wilde drinken. De volgende dag lag ze in coma (akelig gezicht, ze gorgelde heel erg, maar dat terzijde) en nog diezelfde dag overleed ze. Maar oma wilde niet meer, en oma is in haar eigen stijl, zoals zij het wilde (met sherry!) overleden. Had ze een mooiere dood kunnen hebben?

Hoewel oma je oma blijft, en je uiteraard verdrietig bent, was het goed zo. Niet alleen omdat oma op was en omdat oma niet meer wilde, maar ook vanwege mijn moeder. Door een familieruzie (elk huisje heeft zijn kruisje) werd mijn moeder in Theodotion elke keer met haar familie geconfronteerd, de familie met wie ze helaas niet meer door één deur kon. En elke confrontatie deed pijn! Oma’s dood gaf dus niet alleen rust voor oma, maar ook voor mijn moeder.

Waarom vandaag deze blog over mijn bemoeizuchtige, maar lieve sherryliefhebbende oma? Omdat oma vandaag 89 zou zijn geworden. Het is dat ik geen sherry drink, maar anders oma, had ik er vandaag een op u gedronken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *