Bogglen, wie durft?

Monopoly, Risk, Rummikub, Stratego, Vier-op-een-rij, Hartenjagen, Yahtzee, Boggle, Canasta, Mens-erger-je-niet… Spelletjes spelen was in Huize V wat de klok sloeg. En met name op zaterdagavond en zondagmiddag.

Bij mijn ouders stonden met name kaartspelletjes hoog in het vaandel. En die kaartspelletjes deden we dan ook nog vaak om geld. Wat begon met peseta’s op vakantie in Spanje, groeide uit tot gekken met kwartjes, guldens, rijksdaalders en aan het eind zelfs vijf gulden-munten. Het is dat ik niet verslavingsgevoelig ben…

Wees niet bang, we deden ook kaartspelletjes zonder geld in te leggen. Canasta bijvoorbeeld. Vraag me niet meer naar de regels, die ben ik inmiddels allang kwijt. Maar leuk was het zeker! Met mijn vader vormde ik altijd een blok tegen broerlief en moeder en in 95% van de gevallen wonnen we dan ook.

Toch kon je mij ook al blij maken met een simpel bordspel. Mens-erger-je-niet kan ik nog steeds vrolijk van worden bijvoorbeeld. Maar meest favoriet was toch wel Boggle, bekend geworden door het gelijknamige spelprogramma op de publieke zender. Zestien dobbelstenen vol letters vormde elke keer een ander letterblok. En uit dit blok moest je zoveel mogelijk woorden halen. In correct Nederlands uiteraard. Hoe langer het woord, hoe meer punten. En dat in twee minuten.

Krassend gingen de twee minuten voorbij, woord na woord. Resultaat: ik had altijd tig woorden en mijn tegenstanders een stuk minder. En na een aantal keer tegen me te hebben gespeeld, gaf iedereen het op. Ik was geen leuke tegenstander, van mij viel niet te winnen. En dus verdween Boggle in de kast.

Gelukkig heb ik nu de iPhone, met geweldige applicaties. Wurdle is momenteel mijn favoriet. Zestien steentjes, twee minuten, zoveel mogelijke woorden. Enige verschil met Boggle is dat ik nu aan de Engelstalige woorden moet en dat ik het heerlijke gerammel van de dobbelstenen mis. Ik heb het spel nog, wie durft?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *