Allemaal beestjes

“Help, Laura! Een kakkerlak, haal hem weg.”, riep co-journalist F. toen we de eerste avond in onze lodge kwamen. Nu ben ik niet panisch, zoals zij, als ik een kakkerlak zie, maar ik vind ze ook niet fijn. Ze zijn vies, onberekenbaar en snel. En moeilijk weg te krijgen en deze was ook nog eens groot. En kroop in een hoekje. Waar is hij nu? Terwijl we stonden te kibbelen en ons als echte vrouwen gedroegen, vlogen we in eens een meter de lucht in. Co-journalist T. vond het leuk om keihard ‘boe’ te roepen. En bedankt!

Maar het waren niet alleen de kakkerlakken waar ik spontaan de kriebels van kreeg. Meer beesten in Suriname deden me rillen. Wat dacht je van muggen? In stedelijke gebieden – denk Paramaribo – heb je de zogenaamde denguemug (overdag). Deze kan knokkelkoorts overbrengen en je kunt je er niet tegen inenten. Dodelijk is het wel. Dus het enige wat je kunt doen is je insmeren met DEET. En zoveel mogelijk lichaamsdelen bedekken. En als controlfreak deed ik dat dan ook, ook al was het meer dan 30 graden. Maar toen ik na de vlucht en transfer even lag te relaxen op bed (met minder kleding aan) voelde ik wat op mijn arm. Als in een reflex schoot mijn andere arm op: PATS!

Bloedspetters all over mijn dekbed. Duidelijk te laat dus. Op mijn arm ontstond een grote vlek die al snel begon te jeuken. Ik ontleedde het kleine stukje mug dat nog over was. Gelukkig, geen streepje te zien. Een denguemug is namelijk een soort zebra, op zijn pootjes heeft hij zwart/witte strepen. En dus zie je snel wanneer je met een dergelijke mug te maken hebben, al weet je dan natuurlijk niet of hij de ziekte bij zich draagt… De volgende dag voor het ontbijt zoemde er een mug om me heen in de badkamer. Ik pakte een handdoek en sloeg hem tot mors (niet meteen me allemaal aangeven voor dierenmishandeling he?). Ik vond hem terug in de wasbak. Gestreept en wel. Gelukkig was ik er nu wel op tijd bij.

In het binnenland heb je de iets bekendere malariamug. Malaria wil je gewoon niet hebben, al is het niet per definitie dodelijk. En dus ging ik aan de vieze, roze malariatabletten. Die vaak bijwerkingen hebben, maar bij mij gelukkig niet. Verder was het verstandig in te smeren met DEET en ‘s avonds lange kleding te dragen. ‘s Avonds gebruikten we zo min mogelijk licht in de lodge (lang leve zaklampen) en deden we de klamboe strak om ons bed. Maar ja, dan moet je ‘s nachts naar de wc. En weet je de eerste nacht niet dat het licht in de badkamer wel uit kan. Een hol vol muggen, bleek de volgende dag. Toen ik 8 muggenbulten op mijn kont ontdekte. Hadden ze me toch te pakken gehad. En dus bleef ik trouw mijn medicijnen slikken en doe ik dat nu in Nederland nog steeds, om een eventuele parasiet uit te roeien.

“Ik ben zo bang voor spinnen”. Een liedje van Kinderen voor Kinderen dat ik vroeger vaak zong. En ja, ik was ook bang voor spinnen. Ik weet nog het moment dat ik er – ja, op mijn 20e – eentje ontdekte bij de trap. Enorm groot, en ik moest bijna gaan slapen. Als de dood dat hij mijn kamer ‘s nachts in zou komen, belde ik Ferry. Zelf weghalen durfde ik niet en dus vond ik dat hij me maar even moest komen redden. Ter illustratie: ik woonde op dat moment nog thuis, 25 minuten rijden verderop. Gek dat hij niet wilde he? Ik belde aan bij de buurvrouw, een soort tweede moeder. Ze kwam en zoog hem op met de stofzuiger en ik kon rustig gaan slapen. Inmiddels ben ik wel iets heldhaftiger. Oké, ik haal ze niet graag zelf weg, maar ben er niet meer bang voor. Immers, een gemiddeld mens slikt toch 7 spinnen in zijn mensenleven in (in je slaap ja). En dat overleef je toch ook?

Maar in Suriname hebben ze andere spinnen. Daar kwam ik achter toen ik op de naam van een van de plaatsjes ging zoeken op Flickr, voor de reis. Om een beeld te krijgen. Het eerste dat in mijn oog sprong was een vogelspin. Ieks! Dat idee, dat vond ik toch iets minder. Maar fascinerend was het wel. Dus toen de gids op het tweede oord vertelde dat daar vogelspinnen waren, wilde ik ze ook zien. Hij vertelde me dat ze hoog in de bomen zaten en daar zelden uitkwamen. Geruststelling! Terwijl wij aan het eten waren, inspecteerde hij het eiland, op zoek naar de spinnen. Om ze vervolgens trots te showen. Harig, groot (sommigen ter grootte van je hand) en angstaanjagend. Maar veilig, zo hoog in de boom. En hoewel ik een half uur later ging slapen, heb ik er geen nachtmerries over gehad.

Ook de kakkerlakken bleken uiteindelijk toch niet zo erg. Het was gewoon een kwestie van wennen. Haalde ik eerst nog gids Nootje (mijn held, om een andere reden, dat komt later) erbij als ik een kakkerlak bij mijn hoofdeinde vond, uiteindelijke benevelde ik ze zelf met een insecticide (weer dierenmishandeling, sttt) en wieberde ze de deur uit. Oké, die kakkerlak ter grootte van een hand in de nok van de eetzaal, precies boven mijn hoofd, was iets minder. “Laura, hij zal maar nu naar beneden vallen”, zeiden mijn reisgenoten geinend. Op dat moment keek ik omhoog en struikelde de kakkerlak, verloor zijn evenwicht en Laura vloog vijf meter opzij. Tot hilariteit van de groep. De volgende dag zag ik hem dood op de grond liggen. Boontje komt om zijn loontje, moet hij mij maar niet laten schrikken.

Gelukkig bood Suriname me meer dan kriebelende muggen, kakkerlakken en spinnen. Ik fotografeerde groen- en geelgestreepde pijlgifkikkers en een dikke pad (zie foto). Ik vond een sprinkhaan die zich als een echt model gedroeg. Ik zag felgekleurde toekans hoog in de bomen. Ik werd wakker van het geluid van brulapen. Zag een kaaiman (soort krokodil) die in het donker langzaam naar onze boot zwom. We spotten het grootste knaagdier ter wereld, de capibara. Reisgenoot T. kreeg ruzie met een bijna één meter lange hagedis. Ik knuffelde met de lieve hondjes.

Kortom: Suriname is het walhalla voor dierenliefhebbers. En bij sommige dieren moet je je ogen maar even dichtknijpen. En de jeuk negeren…

Lees alle blogposts over Suriname >>

  1 comment

  1. lizet   •  

    ooooh jak!! ik ben een dierenliefhebber, maar met mate! hahaha… laat de insecten en prut maar achterwege, verschrikkelijk 😛 maargoed de rest van de leuke dingen tijdens de vakantie overheersen dan vast weer neem ik aan, dus een dikke kakkerlak moet men er maar “bij nemen”.
    Maart toch geen prettig idee. haha 😛 Helemaal niet van die enge muggen met allerlei ziektes, jak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *