Mijn ergste vakantie ooit

Ik ben een luxe vakantieganger. Kamperen zul je mij niet snel zien doen. Stom eigenlijk, want an sich vind ik kamperen best nog wel zijn charme hebben. Alleen die ene slechte ervaring hé? Ik neem je mee naar 1993.

Mensen die al wat langer meelezen, kennen mijn BMX-verleden. Ja, dit lieve, totaal niet stoer meisje heeft 14 jaar lang aan fietscross gedaan. Of eigenlijk probeerde ik te fietscrossen. Erg succesvol was ik namelijk niet. Ik eindigde meestal als laatste. Met als excuus dat dan in elk geval de reclame op mijn shirt gelezen kon worden en dat de clubsponsoren daar blij mee zouden zijn.

Ondanks mijn favoriete bezigheid om de hekkensluiter te worden, mocht ik wel mee doen aan het wereldkampioenschap fietscross in 1993, gehouden in ons eigen koude kikkerlandje. Hoe ik me toch kwalificeerde? Van elke leeftijdsgroep mochten de beste 12 van Nederland mee doen en laten er nu maar net 11 meisjes in mijn groep zitten. Automatisch gekwalificeerd. En dan wil je dat toch een keer meemaken! (al mocht ik eerder al een keer, in Spanje, maar dan moest ik met kennissen mee en mijn vakantie met mijn ouders opzeggen, dat was een no go vond ik)

Maar goed, zo gingen we dus met het gezin twee weken bivakkeren kamperen in Schijndel. Campings in de omgeving zaten allemaal vol en dus kregen we een plek toegewezen op het weiland aan de overkant van het fietscrossterrein. Stuk dichterbij en praktischer ook. Totdat bleek dat het twee weken non-stop ging regenen. Dan voel je je opeens niet zo fijn meer in vouwwagen en tentje.

Binnen no time was alle kleding nat en nog erger; letterlijk zwart van de modder. Want ja, we moesten natuurlijk wel trainen op zijn fijne zandbaan. Al denk ik bij nader inzien dat deze van gravity was en de kleding dus oranje/rood was. Om de paar dagen reden mijn ouders naar Huizen om daar de kleding te wassen en te drogen en schoon mee terug te nemen.

Het weiland was inmiddels een moerasland. Er kon geen auto meer doorheen en dat bleek al snel dramatische taferelen op te leveren. Een Duitser op het veld achter ons stikte ergens in (of was het nu een hartaanval, in mijn hoofd zitten twee varianten). Noodnummer 112 werd gebeld en de ambulance ging ter plaatse. Helaas… het veld was niet berijdbaar en ze moesten ter voet verder. Hulp kwam te laat voor deze man.

Zelf kwam ik ook niet ongeschonden uit de strijd, al valt het natuurlijk in het niet bij het drama van dit gezin. Ik liep namelijk rugklachten op. En niet door een schuif- en/of valpartij. Daar reed ik te langzaam voor (en verder dan de eerste ronde kwam ik toch niet). Nee, terwijl ik rustig naar het terrein liep waar alles zich afspeelde, kwam de wind onder de festiviteitententjes. Ze waaiden de weg op en een van de dwarsliggers (en ik kan je vertellen, dat waren grote, zware, ijzeren palen) kwam op mijn rug. Hoewel de schade aan mijn rug mee viel, en het zelfs niet gekneusd was, was ik klaar met deze vakantie. Waren we toch maar naar Spanje gegaan…

Uiteindelijk kreeg de vakantie trouwens nog wel een gouden randje. Op de laatste dag brak de zon door, net toen Michiel (een van onze clubgenoten en de zoon van mijn ouders beste vrienden) de finale moest rijden. Hij had een goede start en op de tribune was het muisstil. Van de tweede positie kroop hij naar de eerste. Om weer ingehaald te worden. De stilte op de tribune was inmiddels afgelopen, het enige dat er werd gedaan door de Nederlandse afvaardiging was Michiel aanmoedigen. Met succes: vlak na de laatste bocht bemachtigde hij de eerste positie. Om deze niet meer los te laten! Michiel werd wereldkampioen, en een betere afsluiting had niemand zich kunnen voorstellen.

Waarom ik kamperen niet trek? Hierom dus. Het is met recht mijn slechtste vakantie ooit, want bij vakantie hoort goed weer en niet verzuipen. Of… was die vakantie in 2001 (met broer en diens beste vriend) toch nog slechter? Binnenkort een terugblik.

  4 comments

  1. zuster_klivia   •  

    Ja, dat klinkt als hell on earth.

    Ik heb een soortgelijke ervaring en ben ook voor de rest van mijn leven anti-kampeer daardoor.

    Ik denk dat we allebei een langdurige vorm van PTSS hebben.

  2. Ioni   •  

    Oh verschrikkelijk…

    Ik ben ook geen kampeer fan. Laatste paar keer wel met de caravan van mijn ouders geweest maar dat is toch niet écht kamperen. 😉

    Ik haat tenten in ieder geval. Het opzetten, afbreken, het slapen, het eruit kruipen, omkleden in die krengen. Ugh…

  3. Danielle   •  

    Dit klinkt inderdaad ook niet al te relaxed.

  4. Iben   •  

    Ik vind Schijndel dan ook geen goeie plek om te kamperen. In een warm land is het toch wel beter toeven zo in de buitenlucht…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *