Over papegaaiduikers en gevaarlijke acties zonder reisverzekering

“Ze eten daar ook papegaaiduikers”, zei ik het weekend voor vertrek tegen Ferry. “Wattuh?” Ik zoek een plaatje voor hem op internet, van deze lief uitziende vogels met gekleurde bekken. Als ik hem laat zien, zegt hij: “Hoe kun je die nu eten?”. Tja, als hij ze op zijn bord had gekregen, had hij vast niet die lieve bekkies voor zich gezien en het gewoon gegeten.

Terwijl de regen langzaam tegen het ramen van onze stoere jeep/auto/bakbeest tikt, rijden we vanaf de niet-uit-te-spreken-vulkaan langs de zuidkust. Ondertussen hoor ik gids Siggi mompelen dat het weer zo slecht is en hij biedt terstond nog even zijn excuses aan. Alsof hij om die regen heeft gevraagd…

Zonde is het wel, het programma wordt er danig door in de war geschopt. Op ons verzoek neemt hij ons wel mee naar een plek waar we puffins, ofwel papegaaiduikers, kunnen vinden. Als we mazzel hebben, want de duikertjes verplaatsen zich langzaam van het zuiden naar het oosten. Dit keer hebben we mazzel, als we aankomen bij een klif (met geweldig uizicht!) zitten ze daar met misschien wel 100 tegelijk.

Siggi geeft me toestemming om over de afzetting te stappen en de klif te naderen – “Dan ga ik wel de bak in”, is zijn droge commentaar – en langzaam sluip ik op ze af, terwijl ik mijn lens probeer droog te houden. Sommige vliegen weg, anderen blijven geduldig staan/zitten/liggen. Dat ik binnen mum van tijd doorweekt ben en risico loop de klif afgeblazen te worden, interesseert me op dat moment niets: ik wil die beesten mooi op de foto!

“Daar, bij de vuurtoren , heb je ook nog kans ze te vinden. En je hebt een geweldig uitzicht”, zegt de Viking-man, uiteraard in het Engels. Ik kijk naar mijn kleding, nat is nat toch? Erger kan het niet worden. Ik loop een klein stukje en dan kijkt er een duikertje recht in mijn camera. Pas veel later word ik me bewust van het geweldige uitzicht. Als ik nu tijd gehad – en het was droog geweest – had ik hier graag even gewoon gezeten. Maar dat zat er niet in. Ik was ongetwijfeld terstond ziek geworden, besef ik me als ik even later in de auto een paar natte lagen uittrek en bibber.

Vanwege de regen besluit Siggi al richting Reykjavik te rijden. Maar niet voor een avontuurlijke tussenstop te hebben gemaakt. Met zijn grote auto – “Siggi, do you know what we say about men with big cars?”, “Yes, I know, but this is the car from my work”, “What kind of car do you have?” Het blijft ijzig stil – rijdt hij een zwart strand op, de lavastranden die ook op sommige Canarische eilanden voorkomen. Er lijkt geen eind aan het strand te komen, en ik vraag me af waar we eindigen. Uiteindelijk is het eerste station een vliegtuig. Een vliegtuig van de Amerikaanse luchtmacht die daar in de jaren ‘50 neerstortte en altijd is blijven liggen. Inmiddels zijn wel de vleugels gejat en een startstuk. Siggi grapt: “Tell them it was because of the ashcloud”, om er direct aan toe te voegen dat dat misschien toch niet echt handig is. “Don’t write that down.”

Nadat ik even het vliegtuig ben ingegaan – ik hoop echt nooit in een neergestort vliegtuig te komen, maar dan heb ik er toch eens ingestaan – en wat foto’s heb gemaakt, vervolgen we onze weg. En Siggi rijdt opeens toch wel akelig dicht naar de rand van een zwarte duin toe en we zien enkel een afgrond. We kijken elkaar aan en net als we wat willen zeggen, zet hij de auto in zijn achteruit. Hij keert zich om en zegt: “Met toeristen race ik hier altijd naar beneden.” We kijken hem aan alsof hij gek is geworden, dat ding moet toch minstens een helling van 60 graden hebben. Uiteindelijk besloten we: just go with the flow. Best wel dapper voor iemand wiens reisverzekering inderdaad niet goed blijkt afgesloten. Maar ik vertrouw op de stoere Viking-man wiens benen tot onder mijn oksels lijken te komen. Dat vertrouwen was terecht, want heelhuids komen we beneden, vanwaar die berg overigens niet zo steil blijkt te zijn. “Ik doe het ook nog achterstevoren”, zegt hij. Ach ja, wel ja, we doen gewoon of we op een kermis zijn. Uiteindelijk deden we het twee keer, want het moet natuurlijk wel even gefilmd worden. Filmpje volgt nog via medejournaliste als het goed is.

En dan is het uit met de pret. We rijden in een rechte lijn door naar Reykjavik, waar we besluiten het programma om te gooien. Walvis spotten is leuk, maar we willen natuurlijk ook wel zien hoe Oranje zich voor de finale plaatst.

  2 comments

  1. zuster_klivia   •  

    Ze schijnen gewoon naar kip te smaken 😉

  2. Valhalla   •  

    IJsland… Geweldig lijkt me dat! Hell no dat ik een seconde zou missen voor voetbal, haha.

    Ga eens even verder lezen hoor 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *