Hoe zou het zijn met…?

Gisterenavond in bed moest ik opeens denken aan vriendinnetje D. Vriendinnetje D. met wie ik heel wat jaren van mijn leven doorbracht. Vriendinnetje D. die vond dat ik haar liet vallen toen ik Ferry ontmoette. Ik keek daar echter iets anders tegen aan…

Het zal in de kleuterklas zijn geweest dat ik D. leerde kennen. Of misschien wel eerder: onze broers leerden elkaar al kennen op de kleuterschool. Terwijl onze moeders de oudsten daarheen brachten, moeten wij onze eerste kennismaking hebben gehad. Op schoolreisjes zaten we samen in de huifkar. En in groep 6 en 7 werden we even gescheiden, maar ik groep 8 kwamen we weer bij elkaar. En al die tijd brachten we bezoekjes aan alle verjaardagen van elkaars familie. Bij ons gezellig, met een beetje alcohol. Bij hen al vroeg op de middag (ook op schooldagen!) met veel alcohol en de frituur stond altijd aan.

Ook na de lagere school hielden we contact, hoewel onze levens wel een beetje uit elkaar liepen. Op mijn 17e kreeg ik met M. en eerlijk is eerlijk: toen liet ik haar wel vallen voor een jongen. Toen het uitging op mijn 18e herstelde ik de banden en vanaf dat moment gingen we bijna elke week uit. Op ons fietsje naar Naarden-Bussum, een half uur heen, een half uur terug.

Zonder arrogant te doen: D. was een fijne vriendin om mee uit te gaan als je wilde scoren bij jongens. Met mijn toen nog spijkerbroekmaatje 26 had ik weinig concurrentie van mijn best wel stevigere vriendin. Ja, zo oppervlakkig was ik toen helaas. Voor haar moet het soms erg moeilijk zijn geweest om te zien dat het flirten mij makkelijk af ging, terwijl er weinig jongens op haar afstapten. Toch zorgde dat nooit voor problemen: ik bleef af van de jongens die zij leuk vond. Dat was niet moeilijk, onze smaak liep erg uiteen.

Maar langzaam aan kwamen er toch haarscheuren. Ik vond iemand met ons mee ging, die een auto had. D. maakte daar ook dankbaar gebruik van. Niet meer op de fiets door de kou! Maar toen die vriend een avond niet kon, regelde zij ander vervoer. Voor zichzelf. Er was geen plek meer in de auto en ik moest het maar uitzoeken. “Lekker”, dacht ik, “Ik regel elke week vervoer en dan lukt het een keer niet, en denk je alleen aan jezelf?” Puntje bij paaltje kon haar vervoer niet en die vriend wel onverwachts. Ik, zei de gek, was zo lief om haar ook nog mee te vragen.

Niet veel later haalde ik mijn rijbewijs en vanaf dat moment had ik beschikking over mijn eigen auto. Ideaal dus! Het enige waar ik rekening mee had te houden, waren de regels van mijn ouders: om 3.00 uur moest ik thuis zijn. En geen minuut later. Dat was voor die tijd best oké. Soms was D. het eerder zat en daar hield ik rekening mee, dan gingen we eerder naar huis. Dat zij andersom geen rekening met mij hield, zou blijken. Toen het op een avond naar haar maatstaven heel gezellig was, zei ze: “Ga jij maar naar huis, ik heb geen zin om al om 3.00 uur thuis te zijn, ik pak de bus wel.”

Ik werd kwaad. Ja, ik was goed genoeg om heen te rijden, maar samen uit is toch samen thuis? Elke keer profiteerde ze van me, behalve als het net even anders moest. Maar als ik eens eerder naar huis wilde omdat ik niet lekker was, dan mocht dat niet. Want 03.00 uur was de afspraak. Toen ik haar dat vertelde, gaf ze schoorvoetend toe en ging ze niet met de bus. Maar er was wat kapot. En ik merkte dat aan mijn eigen gedrag, want ik vertikte het om veel langer rekening te houden met haar. Als ik een keer geen tijdklok had – omdat ik op het huis van kennissen paste – bleef ik zolang ik wilde. Ook al wilde zij liever eerder naar huis. “Pas je maar eens aan aan mij”, dacht ik.

En toen leerde ik Ferry kennen tijdens het stappen. Die keer was zij niet mee uit overigens. We hadden een nieuwe vriendenkring en we wilden allemaal naar Hilversum. Zij wilde naar iDance in Huizen. Maar ze verloor het, in haar eentje. Uit woede bleef ze thuis. Zonde, want het was een toffe avond. Voor mij althans, ik leerde Ferry immers kennen. Ferry werkte op dat moment in de horeca en ik heb toen ook eerlijk tegen D. gezegd dat uitgaan even wat lastiger werd. Als Ferry om 23.00 uur eens thuis kwam, had hij niet altijd zin om te stappen. En om dan alleen te gaan… Tja, je wilt investeren in een nieuwe relatie. En je bent verliefd, dus wil je bij elkaar zijn. Dat snapte ze. Zei ze.

Dat ik niet meer met haar uitging, betekende niet dat ik haar liet vallen. Ik vroeg haar of ze een avond mee ging poolen, wat drinken in een grand café, eerder op de avond. Of ik vroeg of ze mee naar de bioscoop ging. Maar het was altijd nee. In een heftig telefoongesprek kwam er uit dat ze gewoon te moe was. Ik ontplofte van binnen. Heel rustig legde ik uit dat ik ook (na ja ook, zij werkte parttime, 26 uur, praktisch om de hoek) 40 uur per week werkte én 15 uur reisde. Dat me dat ook uitputte, maar dat een keer smsen of bellen dan nog echt wel kan. Dat deed ze namelijk ook niet. “Daarbij”, zei ik, “zit ik momenteel onder de zware pijnstillers en spierverslappers, maar dat neemt niet weg dat ik jou af en toe wil spreken en zien.” In plaats van dat ze vroeg hoe het kwam en wat ik had, hield ze een relaas over haar drukke baan (WTF, 26 uur voor een gezonde vrouw van 21!) en dat ze in de auto niet kon bellen (ze had een headset). Het bleek ons laatste gesprek te worden.

Ze had me beloofd nog te mailen. Als ze er eens rustig over na had gedacht. Na twee maanden had ik nog geen mail en ik vroeg me serieus af wat een vriendschap je dan waard is. Ze had nota bene twee weken kerstvakantie. Ik mailde haar. Een open mail waarin ik zei dat ik het jammer vond dat ik nog geen mail had. Maar waarin ik ook eerlijk zei dat ik me dan afvroeg wat de vriendschap haar waard was als ze (nota bene terwijl ze vakantie heeft) niet eens daarvoor tijd kan maken. Ik kreeg een mail terug dat ik haar tijd niet kon indelen. Niet veel later kreeg ik een scheldmail van haar buurmeisje annex nieuwe vriendin. Wie ik wel niet dacht dat ik was. Dat ik D. had laten vallen voor Ferry. Dat ik egoïstisch was.

Weg vijftien jaar vriendschap. Of ik er rouwig om was. Nee, uiteindelijk niet. Ik had gedaan wat me goed leek, ik had haar – en dat is nog steeds mijn mening – niet laten vallen. Ik had eerder het idee dat zij het als excuus gebruikte om mij te laten vallen. Omdat haar buurmeisje opeens (weer) in beeld was.

Zonde van 15 jaar vriendschap. Maar inmiddels weet ik dat vrienden komen en gaan. That’s life! Toch vraag ik me wel eens af: hoe zou het nu zijn met D.?

  8 comments

  1. Danielle   •  

    Herkenbaar!
    Het meisje heb ik nog op hyves, heb haar nog eens een krabbel gestuurd, maar vragen wat er allemaal met mij aan de hand is en waarom ik steeds naar het ziekenhuis moet??
    Rot op denk ik dan!

    En toch, of ik wil of niet, doet het met toch wel iets 🙁

  2. Rianne   •  

    herethe same.. ik heb een vriendinnetje nu al zeker een half jaar niet meer gezien, gehoord, gesproken, etc. en heel soms vraag ik me af hoe het met haar gaat. De reden waarom ze opeens niets meer van zich laat horen weet ik niet precies, maar ik heb wel een vermoeden… toch blijft het jammer van zeker 5 jaar vriendschap.

  3. Anouk   •  

    Iedereen gaan op een gegeven moment zijn eigen weg, erg herkenbaar.

  4. Monique   •  

    Ik heb dat bij sommige ex-vriendinnen ook. En daar vind ik Hyves/Facebook dan ook een uitkomst: soms gewoon even ongegeneerd foto’s kijken :’)

  5. baasbraal   •  

    Ja, het is verdrietig. Je groeit uit elkaar, maar sommigen zijn niet bereid zich aan te passen aan de veranderde situatie en dan breekt het. Ik heb nog maar 1 vriendin over van mijn Middelbare schooltijd, maar ook haar zie ik soms 2 jaar niet…. Maar het is goed….. Als we elkaar zien, zijn we weer onmiddellijk aan elkaar gewend. Hele boeken kan is schrijven over dit soort verhalen, niet direct van mezelf hoor! Mijn kinderen en vrienden om mij heen hebben ook allemaal zulk soort verhalen. Het zijn groeipijnen, je groeit allebei een andere kant op, niks aan te doen…..

  6. Lianne   •  

    Herkenbaar. Ook ik heb vriendschappen van vroeger stuk zien gaan. Best pijnlijk, maar tegenwoordig kijk ik er als volgt naar (dit heeft iemand ooit tegen me gezegd):

    Je leven is als een wandeling. Soms kom je iemand op je pad tegen waar je een stukje mee wandelt. De ene keer duurt dat kort, de andere keer langer (of misschien wel je hele leven lang).
    Als je ‘wandeling’ met iemand eindigt, hoeft dat niet per se een probleem te zijn. Je kunt het zo bekijken dat jullie op dát moment elkaar het een en ander hebben kunnen bieden. Toen de route veranderde, lukte dat niet meer.

    Zelf probeer ik dankbaar te zijn voor wie er op mijn pad is geweest. Dat helpt wel om sommige dingen (o.a. relatiebreuk, een heftige) de plek te geven die ze verdienen.

    Ik wens je leuke herinneringen 🙂

  7. Laura   •  

    @ lianne: in eerdere blogs kun je lezen dat ik er net zo over denk. Neemt niet weg dat je nu 9 jaar later er nog wel opeens aan denkt. Hoe dat opeens kwam weet ik trouwens niet…

  8. Marike   •  

    Oh, zo herkenbaar! Helaas. En ook ik vraag mij toch wel eens af hoe het met de ex-vreindin in kwestie gaat. Op zulke momenten ben ik heel dankbaar voor alle social media! 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *