Tante Truus

Ik kijk de oude dame aan: “Tante Truus?” Hoewel ik haar al 6,5 jaar niet gezien heb, weet ik zeker dat dit tante Truus is. Nog altijd die bos zwarte haren, met hier en daar een vleugje grijs. Ik, zestig jaar jonger, heb toch echt meer grijze haren. Ze kijkt me aan en je ziet haar denken…

Vorige week vrijdagavond, ik heb mijn vader aan de telefoon. Ik vraag hoe zijn vrije dag was en dan hoor ik van tante Truus. Tante Truus die tot haar 92e supergezond was. Die toen ze 78 was nog elke dag vanuit Laren naar Hilversum fietste om mijn zieke oma – haar vriendin door dik en dun – te bezoeken. Die nog steeds zelf haar tuin onderhield en het huishouden deed. Deed.

In maart vergat ze een traptrede, gebroken heup. Een tijd van revalideren brak aan. Nog niet goed en wel thuis kreeg ze last van haar galblaas en was er doodziek van. Galblaas werd verwijderd, ze kwam weer in hetzelfde verzorgingstehuis. Eenmaal aan de betere hand nam haar zoon haar mee voor een dagje uit. Leuk? Nee, uiteindelijk niet. Ze werden aangereden, gebroken nekwervel. Ze lag al in het verzorgingstehuis, maar dit verblijf werd dus drastisch verlengd.

Mijn ouders gaan, bijna 14 jaar na de dood van oma, nog steeds trouw elk jaar bij haar langs voor haar verjaardag, 13 augustus (of op een van de dagen eromheen als dat beter uitkomt). Tussendoor schiet het er helaas bij in, ondanks hun voornemen bij haar langs te gaan. Maar vrijdag stapten ze met een bos verjaardagsbloemen op de fiets naar Hilversum. Tante Truus is helaas niet thuis en als ze de buurvrouw spreken, horen ze bovenstaand relaas. Net als ik het nu van mijn vader hoor.

“Vrijdag ben ik in ‘t Gooi, ik ga bij haar langs”, vertelde ik hem. Hoewel ik tante Truus sinds ik uit huis ging niet meer jaarlijks mee-bezocht op haar verjaardag en haar voor het laatst zag op de condoleance van Casper, weet ik 100% zeker dat ze het enorm leuk zou vinden.

En zo komt het dat ik na bijna 14 jaar terug ben in de (nu gelukkig minder muffe) gangen loop van het verzorgingstehuis waar mijn oma op 30 september 1999 overleed (met dank aan overmatig alcoholgebruik, zeg ik altijd geinend). De kamer van tante Truus is leeg, maar er hangt een briefje aan de deur: ‘Ik ben in de Ridderzaal’. Een handig systeem wat alle bewoners doorvoeren voor evt. bezoek. Ik vraag waar de Ridderzaal is en het blijkt de ooit zo kale grote zaal, die nu veel gezelliger is en bovendien vol zit met mensen. Ik tuur rond, op zoek naar een mevrouw met zwart haar, als er een medewerkster op me afkomt.

“Ik ben op zoek naar mevrouw R.”, zeg ik. “Ze heeft zwart haar, maar verder heb ik haar 6,5 jaar niet gezien.” We zien beiden een mevrouw met zwart haar met haar rug naar ons toe zitten. “Ik ken deze mevrouw niet bij naam”, zegt de medewerkster. Ik waag het erop en hoe dichterbij ik kom, hoe duidelijker het is dat dat die lieve tante Truus is.

“Tante Truus?”, vraag ik. Ze kijkt me aan en je ziet haar denken… “Weet u het nog?”, vraag ik. Misschien dat ze mijn stem herkent. “Ja, maar ik ben zo slecht in namen”, er volgt een pauze. “Van Ans en Bert toch?”. Ja, ze weet echt wie ik ben, maar alle namen op je 93e onthouden, dat is me nogal wat. Zeker als je iemand 6,5 jaar niet hebt gezien.

Ze is blij verrast. Maar wat zeg je tegen zo’n oud mensie die je jaren lang niet hebt gesproken…? Waar ik bang was voor te weinig gespreksstof hebben we uiteindelijk twee uur lang zitten praten. Tot de zaal leeg was. Over haar gezondheid. Over oma, met wie ze volgend jaar 75 jaar (!) bevriend zou zijn. Over haar kleindochter, met wie ik ooit vriendschappelijk omging. Over hoe het in mijn leven is. Over de familieruzies (onvermijdelijk). En opeens bleken er nog zoveel weggestopte herinneringen te zijn. Herinner ik me dat dagje dierentuin weer met oma, mijn broer, tante Truus en haar twee kleinkinderen. Komen er herinneringen over oma’s tijd in datzelfde verzorgingstehuis naar boven. Of zelfs over opa, die overleed toen ik vijf jaar was.

Na twee uur liet ik een blije tante Truus achter. En ging ik weg met een net zo vrolijk gestemd humeur. Wat was het leuk om met tante Truus bij te praten. De volgende keer…? Ongetwijfeld niet snel, maar wel in haar eigen vertrouwde huis. Ze is bijna klaar met revalideren. En optimistisch over de toekomst. Vrolijke tante Truus.

  2 comments

  1. Nem   •  

    Wat lief dat je bent gegaan! Vind ik echt karakter tonen. Mijn oma is 92, maar die ziet het allemaal niet meer zo rooskleurig hoor. Mij zusje werkt met ouderen en die heeft de gekste verhalen, maar tante Truus lijkt me erg goed bij nog..

  2. Marieke   •  

    Wat fantastisch als je op die leeftijd nog zo kwiek bent. Goed dat je bent gegaan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *