You’ve got to be kidding me!

“Welke is het?”, hij kijkt me vragend aan. “Ik vrees de achterste. Speciaal om jou te pesten.” Een kleine zucht. Want god, wat heeft dat kleine meisje een grote mond. Totdat ‘ie open moet.

Terwijl we de opties doornemen, ratel ik aan één stuk door. Nerveus. Voor wat komen gaat. Ik weet dat hij het niet doet om mij te pesten, maar dat het voor mijn eigen bestwil is. Ik vind het stiekem wel grappig dat ik hem er mee pest. Maar nee, ik lig niet voor mijn lol in die witte kamer, met een net zo witte stoel. Op mijn gezicht een blauw lapje met een gat erin, dat maakt dat ik stiekem kwijl omdat ik zo moeilijk kan ademen. En terwijl ik daar lig bedenk ik me dat hij niet weet dat hij straks weer eens het middelpunt is van mijn blog.

Wie hij is? Mijn tandarts. De tandarts die altijd zo hard riep dat hij mijn achterste kies niet zou behandelen als het nodig was, maar er uit zou trekken. Want te weinig werkruimte met dat kleine mondje van mij. Maar nu is het dan toch zo ver dat die kies pijn doet. Na ja, nu… Al wel even. Met vlagen. Te korte vlagen om er ad hoc een dag vrij voor te nemen of thuis te blijven. En dus stelde ik het uit. Maar met Zuid-Afrika in het zicht kon het niet langer en dus had ik voor donderdag een afspraak op de planning. Die kies die vond het echter welletjes geweest en hield me vannacht volledig uit mijn slaap.

Dus daar lag ik dan vanmiddag. Met zo’n mooi blauw lapje. Boven mij hangend de tandarts die zich had bedacht: “Technisch gezien kan ik er bij en ik ben toch bang dat je die ene kies gaat missen”. Ik vond het allang prima. Als ik maar geen ellende zou hebben in Zuid-Afrika. Of op een van de bruiloften die ik nog heb staan daarvoor. “Dus na vandaag ben ik er vanaf?”, vroeg ik hem met een bijt-blokje in mijn mond en dat lapje er bovenop. “Ik versta je niet”, antwoordde hij terwijl hij in de microscoop keek en mijn worterlkanalen uitvijlde.

Ik ging voor de herkansing en probeerde het te schreeuwen, want beter articuleren zou toch echt niet lukken met mijn mond vol. Hij begreep me. “Nou, die derde kies van achteren is ook nog een potentieeltje voor een wortelkanaalbehandeling”, zei hij alsof het niets was. Ik keek hem verschrikt aan. “Het kan ook zijn dat hij gevoelig is door dit mankement. Weet je, kom donderdag op controle en dan komen we er snel genoeg achter. Anders pakken we die volgende week nog even mee.”

Ik vind het prima hoor, dat ‘ie samen met zijn assistente mijn mond heeft verkracht. En dat ik me voel alsof ik overreden ben door een bulldozer. Maar volgende week nog een keer? You’ve got to be kidding me!

  3 comments

  1. Marcella   •  

    Hè bah, tandartsen zijn eng. Hoop dat je er na donderdag een flinke tijd vanaf bent!

  2. Erik   •  

    Brrr..

  3. Dina   •  

    Ah jakkes. Volgende week ben ik ook aan de beurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *