101 dingen waar ik me aan erger

er·ge·ren ergerde, h geërgerd 1 tot ontstemming prikkelen 2 zich ~ geprikkeld worden; zich aan (of: over) iets ~

Jezussandalen met witte sportsokken (1). Bonnetjes in je kleding, want die kriebelen (2). Mensen die zeggen dat je spamt op Twitter, ontvolg me dan (3). Plakpanty’s die afzakken (4). Mensen die te laat komen (5). Caissières die geen woord zeggen en geld in je hand terug smijten (6). Jehova getuigen (6). Autocorrectie op de iPhone (7). Mensen die jouw mening wegwuiven zonder tegenargument, vraag er dan niet naar (8). Dat het in Almere altijd veel sneller koud is dan in andere delen van het land (9). Ziek zijn op dagen dat het echt niet uitkomt (10).   Lees verder…