The story continues? Over achterburen & honden

Tijdens mijn ochtendrondje met Boaz (blegh, het is al weer donker om 6.00 uur) spot ik een grote man met een klein hondje in de verte. Het hondje komt me niet bekend voor, hebben we een nieuwe buurtbewoner? De man tilt het kleine hondje op, steekt  over en loopt de straat achter ons in. Ik knipper met mijn ogen. Zag ik daar nu onze achterbuurman met een puppy?

Geloof me, ik heb niets tegen hondenbezitters. Hoe meer honden een mooi thuis krijgen, hoe beter. Maar in dat laatste zit dus de bottleneck: ik heb niets tegen hondenbezitters die hun hond alle liefde van de wereld geven en zo goed mogelijk opvoeden, maar wel wat tegen mensen die hun hond slechter behandelen dan deze verdienen. En voor wie mijn blog al langer leest zal er nu een lampje gaan branden, zeker in combinatie met de woorden ‘achterburen’ & ‘hond’.

Mocht je mijn website niet al een jaar of drie bezoeken, of het lampje simpelweg niet gaan branden: ik schreef 1, 2, 3, blogs over de situatie met de hond van de achterburen, of eigenlijk over de achterburen die (in mijn ogen) geen hond kunnen opvoeden. Lees ze even in de juiste volgorde en je bent helemaal up to date over die hond die steeds in onze tuin kwam crashen en de buurman die vond dat we niet moesten zeuren. Dan moesten we maar in een hutje op de hei gaan wonen. Ik word instant kwaad als ik denk aan die keren dat hij me bijna sloeg, de neus voor mijn deur dichtsloeg en mij voor leugenaar uitmaakte.   Lees verder…

“Dat doet hij thuis nooit”

Verschrikt luister ik naar mijn eigen woorden. Zei ik nu echt tegen de trimster “Dat doet hij thuis nooit”? Een zin die ik bij moeders altijd verafschuwde en bovenal niet geloofde.

Boaz is een engel, zonder twijfel. Het is een onwijs makkelijke hond, is met iedereen bevriend, altijd even enthousiast. Het eerste jaar zou zwaar vallen, maar op de maanden januari, februari en maart na viel het eigenlijk best mee. Al klop ik even af dat hij nu, alweer negen maanden, opeens in een mega-puberteit komt. Van die puberteit is nog weinig te merken, behalve dat hij op de stoep niet meer zo snel gaat zitten. Maar als dat alles is…?

In huis is hij super-lief, we trainen steeds meer op zijn geduld (blijf!) en dat gaat prima. Verder heb je geen kind aan hem. Soms zie ik hem een paar uur niet, dan ligt hij onder de trap. En als het te warm is in de wc. Zijn bench zit hij alleen nog in als we lang weg zijn. Voor de rest is hij in de gang, ook tijdens de nachten. Sloopdrang hebben we nog niet kunnen constateren. Prima opgevoede hond dus!

  Lees verder…

Verliefd

Daar zit ik dan. Een handdoek met 6 kilo hond op mijn schoot. Piepend. Onderweg van Zaandam naar Almere. Naar huis. Dat is vandaag precies een half jaar geleden en Boaz is niet meer weg te denken uit ons leven.

Alsof hij er al veel langer is, en tegelijkertijd nog maar zo kort. Als je naar hem kijkt, zou je overigens niet zeggen dat hij nog maar een half jaar uit is. Het is een tank! De puppy-look was hij snel voorbij gegroeid. Enorm snel. Inmiddels weegt hij 31,6 kilo.

Natuurlijk zijn we gek op hem, maar oh, wat heb ik hem af en toe vervloekt. Zindelijk krijgen was geen probleem, maar het drong soms slecht tot hem door dat niet alleen Ferry de baas is, maar ook ik. Dat heeft met name met uitlaten een hoop struggles opgeleverd.

Maar struggles zijn snel vergeten als je thuis komt en er wacht een over-blij beestje op je, die met zijn lange staart heen en weer zwaait. Die het liefst bovenop je springt, omdat hij het zo fijn vindt dat je weer thuis bent. En je als eerst een knuffel aanreikt, zodat je met hem kan spelen. Nog steeds ben ik vertederd als hij piept in zijn dromen (check dit filmpje). Nog steeds smelt ik weg als ik Ferry’s onderonsjes met hem hoor.   Lees verder…

Broertjes onder elkaar

Eigenlijk is het best gemeen: je groeit acht weken op bij je moeder, met zeven broertjes en zusjes. En dan word je opeens door wildvreemden meegenomen in een handdoek in een ding dat auto heet en waar je misselijk van wordt. Tja, dat is het leven van een puppy.

Heel eerlijk: die wildvreemden zijn niet meer wildvreemd, en als één van de twee uit het werk komt, sta ik druk kwispelend bij de deur te wachten. Zo leuk vind ik het dat ze thuis zijn. De broertjes en zusjes lijken heel ver weg. Behalve gisteren. Toen mocht ik wandelen met mijn kleine broertje Tommy. Ik zeg klein, omdat hij 21 kilo is, waar ik al de 30 gepasseerd ben. Ik dacht dus dat ik hoog boven hem uit zo torenen, maar viel dat even tegen. Tommy is gewoon smaller gebouwd en heeft lichtere botten. Overigens ook een lichtere vacht en nog puppy-haren, die ik al kwijt ben.   Lees verder…

8 dingen die je nog niet over mij wist

Of misschien al wel. Maar ik heb hier zo lang al niets verteld – wist je dat ik inmiddels ruim een half jaar ben – dat ik het gewoon leuk vind. Dus leer nog een stukje Boaz kennen door deze leuke weetjes.

1. Ik ben geslaagd voor puppycursus
Volgens mij zijn mijn baasjes er maar al te blij mee: we zijn klaar met puppycursus. Ze hadden zich er enorm op verheugd, maar het viel een beetje tegen. Mijn lerares was elke keer te laat en dan had ik al 20 graspollen losgetrokken en was ik hyper van het wachten. Maar goed, de opdrachten deed ik wel altijd perfect. Omdat mijn baasjes de cursus elke keer een stap voor waren.

2. Ik ben net als mijn baasje een ambtenaar
Mijn grootste hobby? Lui doen & slapen. Dat heb ik van het baasje geleerd. Volgens het baasje heb ik mijn gesnurk echter van het bazinnetje. Ik schijn ook te piepen in mijn slaap, geen idee van wie ik dat heb. Maar als ik het doe, zeggen er altijd twee mensen heel vertederd “Aahhhhhhh”.

3. Ik ben een echt fotomodel
Voor wie deze blog niet standaard leest: we hebben een family-fotoshoot gedaan en ik was de hoofdrolspeler. Ik mocht rennen in de zandduinen en kreeg blokjes kaas en brokjes. Misschien wel de leukste dag van mijn leven. Oh nee, dat was de dag dat ik werd opgehaald, nu al weer bijna 4,5 maand geleden.   Lees verder…