Burenfrustratie in het kwadraat

Weet je nog, die hond van de buren, die zo nu en dan bij ons in de tuin springt? Die doet dat nog steeds zo nu en dan. En de ballen vliegen ons tegenwoordig ook al om de oren. Maar als je daar iets van zegt ben je asociaal en een slecht voorbeeld voor de kinderen.

Kan dat, klagen over je buren op het net? Wel als je de waarheid vertelt toch? De waarheid: we hebben die hond al minstens 12x in de tuin gehad, we hebben er een keer of drie wat over gezegd en er worden beloftes gedaan, maar beter wordt het niet. Dat bakbeest – want hij is echt huge, ook al is hij pas een half jaar – springt nog steeds rustig op onze dure tuinmeubels met onze mooie kussens. Met zijn zandpoten. En dat nu al een keer of 12, minstens… Met in mijn achterhoofd dan ook nog het verhaal van de oud-bewoners die van de week vertelde dat hun vorige hond (weliswaar drie slagen kleiner) ook altijd deze tuin in kwam, ben ik er klaar mee.

Maar vandaag was het geen hond die me irriteerde, het was een bal. Terwijl we rustig tapas aan het eten waren – en ik had me er zo op verheugd, maar het werd drastisch verpest – belandde er een bal midden in mijn gezicht. Geen actie van een jochie van een jaar of drie, want de heg is 2,5 meter hoog. Op dat moment denk ik niet: “Laat ik die bal meteen teruggeven”. Nee, dan ben ik er even klaar mee en ga ik rustig eten. Met pijn aan mijn hoofd weliswaar.   Lees verder…

Mag ik even klagen?

“Laura, je bent groots in van kleine dingen genieten en dat maakt je een mooi mens”, dat is wat Agaat afgelopen week tegen mij zei op MSN. Of iets van die strekking. Want MSN gesprekken sla ik nooit op. Ik vond het mooi wat ze zei, en stiekem klopt het ook wel een beetje. Al is klagen soms best fijn…

Als ik kijk naar de Laura van drie jaar geleden dan is er veel veranderd. Ik was een oppervlakkig, verwend kreng, heel sec gezien. Ik klaagde snel en oordeelde makkelijk over mensen. Ik gooide geld over de balk en haalde daar mijn geluk uit. Niet dat ik voor de rest ongelukkig was, begrijp me niet verkeerd. Maar ik zag dingen niet. Ik hoorde de vogeltjes niet fluiten en ik zag de lieve gebaren van mensen om me heen niet. Ik nam teveel voor lief! Tegenwoordig is dat anders: ik sta heel bewust stil bij het leven en tel elke dag mijn zegeningen. Klagen doe ik een stuk minder, en oordelen al helemaal niet meer zo snel. In elk geval niet enkel op uiterlijk. Klagende mensen krijg ik jeuk van zelfs. En toch is het af en toe fijn om flink te klagen, dus dat doe ik nu. Vergeef me, Agaat!   Lees verder…

Spijkerbroek & verdriet

Spijkerbroeken, jeans, ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Ik draag ze af hoor, daar niet van, en ik vind ze over het algemeen erg mooi. Alleen de juiste spijkerbroek vinden is zo’n crime.

In mijn ogen zijn spijkerbroeken de beste basiskledingstukken in je kast. Ben je in een stoere bui, dan pak je een (baggy)jeans met gympen. Wil je op de vrouwelijke toer dan pak je die mooie strakke, die zo goed zit om je kont, met je pumps eronder. En een kort colbertje erboven met daaronder een strak truitje. Ideaal! Je zou dus denken dat mijn kast vol hangt met spijkerbroeken. Nou, vergeet het maar…

Waar bij mij truitjes, jurkjes en rokjes in maat M (of 36/38) eigenlijk altijd goed zitten, is het passen van spijkerbroeken niet bepaald een eitje. Na ja, het passen an sich wel. Benen in de pijpen, omhoog trekken en rits/knopen dichtmaken. Maar er één vinden die precies goed zit, dat is bepaald geen eitje. Eentje die niet te strak zit – want dat is zo broeierig bij je kruis en daar kan ik slecht tegen – maar ook niet te wijd. Want dat is weer zo weinig vrouwelijk. Eentje die goed zit om je stevige kont, maar dan niet te wijd zit bij je slanke taille. Eentje die niet 10 cm te lang is aan de onderkant en waarvan de pijpen niet net te ver uitlopen. Eentje die precies je bovenbenen omsluiten en niet je aders afknelt of gigantisch lubbert.   Lees verder…

TNT & Laura’s verlaagde irritatiegrens

Nu we in een iets nettere wijk wonen dan voorheen – onze flat had een paar rare inwoners: alcoholisten, mensen die in de ziektewet zaten maar stiekem niet ziek waren, mensen die zich voordeden als Ferry om pakketjes aan te nemen die voor ons waren – had ik verwacht dat het tijdperk van de ontvreemde postpakketjes verleden tijd zou zijn. Helaas!

Dinsdag kom ik thuis uit het werk en ik vind op de mat een net briefje van de TNT dat er twee pakketjes bij de buren (van drie huizen verderop) zijn afgegeven. En eerlijk is eerlijk, ik vind dat handig. Dat de TNT-man naar de buren gaat en het pakketje niet meeneemt, om de volgende dag weer voor een gesloten deur te staan. Ik loop naar ‘drie huizen verderop’ en bel aan. Niemand thuis. Ik besluit het later weer te proberen.

Later is later die avond, maar natuurlijk ruim voor achten, want het is Dodenherdenking. Dit keer wordt er wel open gedaan. Door een sympathieke man die ik nog niet ken. Maar goed, door alle pakketjes de afgelopen tijd heb ik flink wat buren leren kennen, dus dit is nr. zoveel.   Lees verder…

Ik ga zeker weer op reis…

De mensen die mij langer kennen dan vandaag, weten het al: ik ben ongeveer even vaak ziek/zwak/misselijk als dat ik op vakantie ga. De dagen voor vertrek krijg ik onverklaarbare hoofdpijnen, en raak ik langzaam mijn keel kwijt. En mijn neus loopt vol.

Soms lig ik de dagen voor vertrek zelfs op bed. Voor we naar Egypte gingen in 2007 bijvoorbeeld. De eerste keer dat ik me herinner dat ik ziek werd voor vakantie ook overigens. Ik probeerde zonder stem de dokter de ernst van de zaak in te laten zien. Vriendinnen kwamen sinaasappels persen en net op tijd knapte ik op. Daarna lijk ik er bijna een gewoonte van te maken. Voor Zweden lag ik een week op bed en toen we naar Amerika vlogen, was ik bang dat ik de Mexicaanse griep onder de leden had. Ik was er van overtuigd dat we niet verder zouden komen dan de douane.   Lees verder…