Wi-wa-wonderkonijn

“Hoe kan hij nou aan zijn keukenrol knagen? Die ligt toch niet in zijn kooi.” Ik hoor de verbazing in de stem van mijn baasje voor hij naar beneden stormt en ik snel onder de bank vlucht.

Hoewel ik een echt huiskonijn ben en kilometers door het huis rondren als mijn baasje en bazinnetje thuis zijn, hoor ik ‘s nachts – en als ze weer eens niet thuis zijn – toch echt in mijn hok. Voor het geval ik een draadje doorknaag ofzo. Een ramp is mijn hok niet. Voor het slapen gaan krijg ik nieuw water, vers hooi en eten. Ik kom de nacht wel door.

Toch heb ik het baasje en bazinnetje de afgelopen weken versteld doen staan. Als ze ‘s ochtends uit bed kwamen, lag ik namelijk meerdere malen doodleuk op mijn kleedje, midden in de woonkamer. De eerste keer kreeg het baasje (die ‘s avonds meestal mijn eten verzorgd en dus mijn kooi dicht moet doen) op zijn kop. “Ferry, je moppert wel dat ik altijd alles vergeet, maar je kunt ook gewoon zeggen dat jij nu eens wat vergeten bent. Hij kan toch niet zelf zijn kooi openmaken?”, hoorde ik het bazinnetje mopperen.   Lees verder…

Niet nog een vriendje

Ik klaag niet snel. In tegenstelling tot het bazinnetje, die van zeuren af en toe een hobby lijkt te maken. Vandaag maak ik een uitzondering en klaag. Terecht. Ik, het trouwe huiskonijn, wordt ernstig verwaarloosd.

Door – luister en huiver – een stel vissen. Ja, echt een stel vissen. En het mogen dan wel kostbare koi’s zijn, ze mogen dan zes keer zo duur zijn als ik (ja, echt waar, per stuk), het blijven natuurlijk gewoon vissen. Zonder zacht knuffelvachtje zoals ik. Maar met schubben en een vieze slijmlaag. Zeg eens eerlijk, waar zou jij de voorkeur aan geven?

Mijn baasje en bazinnetje duidelijk aan de vissen. Waar ik vroeger op de vrije dagen van het baasje – en dat zijn er nogal veel als je ambtenaar brandweerman bent – mocht rondhuppelen in huis, zit ik nu in mijn kooi, terwijl hij in de tuin bezig is. Regent het, dan word ik blij. Dat is geen weer om in de tuin aan de slag te gaan. Maar zelfs dan gaat hij met de vissen in de weer.   Lees verder…

Was getekend, een je-weet-wel-konijn

Ze zeiden dat ze het deden om mij te helpen. Maar nu bijna twee weken later is het me duidelijk dat ze vooral zichzelf hielpen. Ik ben mijn mannelijkheid kwijt. En zij zijn blij dat ik eindelijk weer rustig ben in plaats van gefrustreerd.

De bewuste woensdagmorgen waarop ik mijn mannelijkheid liet afkappen verloor, bracht mijn baasje me naar de dierenkliniek. Hoewel ik een spuitje kreeg en snel buiten westen raakte, weet ik natuurlijk wel hoe ze mij hebben vastgebonden op die tafel. Zo namelijk. Zielig he? Eenmaal klaar moest ik in een klein hokje maar mijn roes uitslapen, alvorens het baasje me weer op kwam halen.

Eenmaal thuis moest ik verder bijkomen in mijn hok. Waar de absorberende korrels – die pijn zouden doen aan mijn besneden zaakje – plaats hadden gemaakt voor een pamperachtig dekentje. Dat niet zo zeer leuk was om op te liggen, maar wel om op te eten. Maar als ik ging staan, was ik wel een beetje een wankelende pinquin. Zo’n spuitje is niet echt kattenpis licht spul.   Lees verder…

Was getekend, konijn Tim

Vanaf morgen ben ik een je-weet-wel-konijn. Net zoals de Rode kater, de je-weet-wel-kater, uit Jan, Jans en de kinderen. Die ooit naar de dierenarts werd gebracht om zijn mannelijkheid weg te laten halen. En dat staat mij morgen dus ook te wachten.

Ik was de laatste tijd niet echt lief. Als ik het gemopper van mijn baasje en bazinnetje moet geloven althans. Ze vonden mijn geknaag aan de onderkant van de bank niet fijn, maar ik ben toch niet voor niets een knaagdier? Oké, ik had de laatste tijd wel wat meer de neiging om overal mijn tanden in te zetten. Ook vonden mijn baasje en bazinnetje me nogal onrustig op de bank en liet ik er veel drolletjes vallen. Voor mij is dat gewoon een simpel teken van liefde, maar vooruit…   Lees verder…