Goodbye Thailand, welcome Cambodja

Het leek mij zo leuk, twee landen in een week. Maar nu het er op aan komt, weet ik niet of ik het zo leuk vind Thailand te verlaten. Het is zo’n mooi land en de mensen zijn zo leuk. Moet ik dat nu al missen?

Daarbij betekent afscheid nemen van Thailand afscheid nemen van de gids. Van onze lieve Khun Apple, die altijd even zorgzaam was. Die er voor zorgde dat ik goed te eten kreeg: chicken, no curry, not spicy. Die bij elke stop zorgde voor opfrisdoekjes voor onze zweterige gezichten. Die de autoritjes voorzag van oer-Hollandse muziek: Jan Smit en Nick & Simon.   Lees verder…

Meet the locals @ the temples

Als we aankomen rijden, zie ik hordes mensen. Blegh toeristen, denk ik nog. Maar nee, hoor, het zijn allemaal Thai, die hun eigen land ontdekken. Oké, stiekem ook toeristen, maar dan wel een stuk fotogenieker.

Ik fleur er – na een korte nacht, en dus chagrijnig – in elk geval van op. Alleen tempels is gewoon niet mijn ding vrees ik. En dus ben ik blij dat er ook mensen in het spel zijn vandaag. Na eerst wat mensen in het aanliggende dorpje te hebben gegotografeerd, gaan we te voet naar het tempelcomplex.

Phanom Rung is net als het complex gisteren een ergernis uit de Khmer-tijd. Het complex staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst en ligt in Phanom Rung Historical Park. Om de tempel te bereiken moet je heel wat trappen lopen en dat was me nu net niet verteld. Met die hitte is dat echt een aanslag op je lichaam. Respect voor medereisgenoot R. die als 67-jarige bijna naar boven sprint. Ik besluit het rustiger aan te doen. Kan ik meteen even wat plaatjes schieten. En dat is geen probleem, want iedereen – oké, op dat ene jochie na – wil graag op de foto.

En dat niet alleen: ze willen mij – blonde haren, blauwe ogen – ook heel graag op de foto. Het liefst naast zichzelf. En dus ben ik vandaag een tiental keer zelf de klos als ‘model’.   Lees verder…

In een achteraf straatje

Ik lig in een donker kamertje, in een achteraf straatje. Met alleen het geluid van de airco, op een dun matje. Met een ziekenhuisblouse en een veel te wijde broek aan. Wachtend op een echte Thaise massage.

Zeg nu zelf… Je kunt toch Thailand niet verlaten – en dat doen we morgen al – zonder een Thaise massage te hebben gehad? Tel daarbij op dat ik bij de waterval van Leonardo iets in mijn rug heb verrekt, en ik smacht er naar. De gids loodst W. en mij naar een massagesalon waar we anderhalf uur gemasseerd zullen worden voor slechts 300 baht.

Ze spreidt mijn benen en gaat er tussen zitten. Meteen gooit ze haar volle gewicht op mijn liezen. Slik!   Lees verder…

Khmer-tempelcomplex versus lokale markt

Als ik iets moeilijk vind, dan is het gebouwen fotograferen. Deze zo indrukwekkend vastleggen als ze bij mij overkomen. Het lukt me zelden. En tegen datzelfde probleem liep ik aan tijdens ons bezoek aan Prasat hin Phimai.

Het is het grootste Khmer-complex in Thailand. Van Cambodjaanse afkomst, zoals alle Khmer-complexen. Naar verluidt is het de voorloper van de Angkor Wat, die we later deze week gaan bezoeken. De tempels zijn gemaakt van zandsteen, roze en wit. Overal zie je raampjes en doorkijk-gangetjes. Met in het midden een buddha of de koning.

Ik pak mijn camera en begin te schieten. Terwijl ik terugkijk op het schermpje trek ik een pijnlijk gezicht. De gebouwen zijn opeens minder mooi. Ik probeer alle perspectieven, diverse lenzen, maar het wordt niet wat ik wil dat het wordt. Zo indrukwekkend als ik het zeker wel vind, kan ik het straks niet aan jullie overbrengen, vrees ik.

Maar daar is held Mr. Apple. Onze gids die weet dat ik dol ben op lokale marktjes en mensen. Hij geeft ons een half uur de tijd om de straat op te gaan. Wat uiteindelijk meer dan een uur wordt… Ik stap binnen bij een kapper, zet Thaise lekkernijen (wat dacht je van overheerlijke miereneitjes?) op de foto. Jonge grietjes achter de kraampjes sla ik gade met mijn camera in mijn hand. Ik laat een oud vrouwtje met mooie rimpels enorm lachen en zet haar op de foto. Elke foto laat ik aan mijn ‘model’ zien. Steevast schieten ze in de lach.   Lees verder…

De waterval van Leonardo

Ik had me veel voorgesteld van Khao Yai National Park, maar stiekem viel het tegen. En ik weet zeker dat dat niet aan het park lag, maar aan de tijdsdruk.

Een persreis blijft een persreis. Zoveel mogelijk zien van een land in een zo kort mogelijke tijd. Geen tijd voor hikingtours in nationale parken. Vanwege de hitte niet zo erg, maar je ziet het park dus enkel vanaf de hoofdweg.

Stiekem had ik me verheugd op het zien van tijgers. Maar met maar 60/70 tijgers in het hele park (21.000 vierkante kilometer) was die kans erg klein. Zelfs onze gids had er hier nog nooit een gezien. De kans op een olifant was groter, daar leven er namelijk nog 250 van in het park.

En ja hoor, nog maar net in het park, zagen we een kolossaal grijs beest in het park lopen. Veilig in de auto kijk je toe naar dat lieve, logge monster, maar als de gids zegt: “Hij is wild en kan auto’s molesteren, we moeten op 50 meter afstand blijven”, is hij opeens minder aandoenlijk. “Maar,” vertelt hij, “Als zijn oren wapperen dan is hij vrolijk.”   Lees verder…